Wildernisschool Outback Logo Wildernisschool Outback Over leven in de wildernis

Namibië wildlife en bushcraft 2025

Namibië wildlife en bushcraft 2025
Dag 1
Het Wildlife- en Bushcraft-programma begon met een praktische dag, waarin ’s ochtends de laatste deelnemer van het vliegveld werd opgehaald, in de stortregen. Vervolgens was het tijd om de camperauto’s op te halen bij de verhuurder, na een korte tussenstop bij een prachtige winkel met zelfgemaakte leren schoenen in alle kleuren. Met twee witte jeeps (voorzien van in totaal vier daktenten) reden we naar onze eerste exotische bestemming: het winkelcentrum. Fred en Joël stortten zich op de nodige boodschappen voor de komende dagen, terwijl de rest jaagde op laatste benodigdheden zoals een thermosfles en zonnebril. Na even bij te tanken met een broodje van de Spar, mochten we inchecken bij het hotel met een imposante welkomsthal, inclusief abstracte vazen en een fontein. Voor het avondeten was er meer dan genoeg tijd om uit te rusten en op te frissen. Ook ging er nog een uitgebreide briefing over veiligheidsmaatregelen aan vooraf, waarin het voor ons meest risicovolle beest, van de Kalahari tot Damaraland, de kleine teek bleek te zijn. Het hotelrestaurant serveerde daarna goedgevulde (vegan)burgers, steak en pizza. Om een enorm stuk redvelvet cake op te krijgen als toe kwam ons teamwork voor het eerst goed van pas.
 
Dag 2
Na een ontbijtbuffet in het hotel was het tijd om uit te checken en Windhoek te verlaten. We reden door een groen savanne landschap met rivieren die, dankzij het vele regen de afgelopen dagen, stromen. In het dorpje Gobabis konden we bij de lokale Spar de laatste snacks en drankjes halen. Over een grindpad met diepe plassen kwamen we aan bij Harnas Wildlife Foundation: een dieren reservaat met een oase aan (veel loslopende) dieren en bloemen in het midden. In de bush eromheen klapten we onze daktenten uit voor de komende drie dagen, waarna een gids genaamd 'Small Boy' op ons wachtte om ons mee te nemen naar een 'San' groep (ook wel bekend als bosjesmannen) die nog veel kennis hebben van de nomadische jaagcultuur. In hun traditionale kledij (of het gebrek daaraan) namen ze ons mee de bush in om medicinale planten en eetbare wortels te laten zien. Op hun kleine hutten kampement deelde ze ook de kunst van de vuurstok en vogelval. Small Boy vertaalde alles uit de oeroude kliktaal naar het Engels. Als afsluiter werd er gezongen en konden we hun sieraadcreaties bewonderen. Na een korte stop bij de bar in de kern van het reservaat mochten we weer de jeep in. Deze keer voor een drankje en een hapje in goed gezelschap: voor het terrein van de leeuwen. Terwijl de zon onder ging brulden ze met diepe vibrato. We kookten samen pasta met groenten in het halfdonker van onze kampeerplek, wat we bij het vuur opaten. De leeuwen waren in de verte nog zachtjes te horen, maar op veilig afstand voor onze eerste nacht in de tent.
 
Dag 3
Om 9 uur wachtte Small Boy op ons met de jeep met een aanhangwagen vol ezel vlees: we gingen mee om de carnivoren in het reservaat ontbijt op bed te verzorgen. We cruisden langs de hoge omheiningen van de dieren gebieden heen, waar de leeuwen, cheetahs, luipaarden, wilde honden, baboons en vervet apen die kwijlend op ons wachtten. De leeuwen brulden na het vangen van hun vlees en een luipaard klom er tevreden mee in een boom. Tegen de middag kwamen we weer aan op ons kamp voor de lunch, met daarna alle tijd om Harnas te verkennen, een siësta te houden en te loungen bij het zwembad. Als avondeten smulden we van pruttelende stoofpotten, gevuld met groente en vlees dat we extra vroeg begonnen met snijden. Na zonsondergang gingen we namenlijk weer op pad: terug naar het kampement van de San! Hun vuurtje was van ver te zien in het donker. In de kring vertelden ze ons hun fabels en verhalen achter de sterrenstelsels, over wijze dieren en dappere jagers. Voor de rit terug wees Joël naar een pootje in een klein zandgat: wat zou dat zijn? Een grote harige baboonspider kroop eruit, als laatste verrassing van de dag.
 
Dag 4
Tijdens zonsopgang werden we afgezet bij een waterresevoir waar veel dieren verzamelen om te drinken. Hoewel we onderweg zebra's hadden gezien was het reservoir zelf verlaten: samen met twee goeie San padvinders en twee van het Anti Poaching Unit cirkelden we om het water, opzoek naar verse sporen om te volgen. Het doel van de ochtend was om de witte neushoorn te voet op te sporen. Onze gidsen namen ons zo stilletjes mogelijk mee diep de bush in, en wezen ons op de verse sporen en uitwerpselen. Een giraffe keek ons uit de verte overrompelt na. Toen was het moment daar: we stonden oog in oog met drie neushoorns van collosaal formaat. Ze bewogen hun oren heen en weer en verdwenen in de bosjes. Dit succesvolle avontuur werd beloond met een laat onbijt en diepe dutjes. Tegen de tijd dat de handgewassen kleding droog was mochten de hotdogs alweer in de pan voor de lunch. In de namiddag keerden we voor de laatste keer terug naar het kampement van de San, waar we een kijkje in de keuken kregen van hun creaties: hoe de vrouwen sieraden maken van ooievaars eieren en de mannen een handjevol takken omtoveren in een pijl en boog. Bij de laatste zonnestralen beklommen we een houten platform voor een koel drankje met uitzicht over de bush. Toen we naar beneden klouterden was het al donker, dus aten we lekkers van de barbeque met het licht van het kampvuur.
 
Dag 5
Deze ochtend was het inpakken geblazen omdat we door gingen rijden naar het Eronga natuurconservaat in Damaraland (land van de Damara mensen). Door de onvoorziene regenval was het de vraag of we de regen wel begaanbaar zouden zijn, of dat we ze overstroomd gingen aantreffen. Dus we zeiden Harnas gedag en reden met alles ingeklapt en ingeruimd richting Windhoek. Daar moesten we nog verloren regenjassen vervangen en boodschappen inslaan. Ondanks de drukte in het centrum, na de 'Namibian Independence Day', slaagden we erin snel weer op de weg te zijn. Af en toe werd het zicht plotseling ontnomen door een stortbak aan regen. Onderweg pikten we Luka op: een vrolijke Italiaan en bushcraft fanaat die ons in het Eronga conservaat de weg ging wijzen. We reden achter hem aan over een deinende weg langs steeds rotsachtiger gebergte, langs kleine nederzettingen en grazende geiten. De wolken boven het tafereel werden steeds dramatischer en indrukwekkender. Toen we het Erongs hek zagen was er opluchting: we waren de regen voor geweest en droog op onze bestemming gearriveerd. Een golvend zandpad bracht ons naar onze kampeerplek naast de torende rotsformaties waartussen een keukentje, wc en buitendouche verstopt zaten. De komende twee nachten zullen we hier vertoeven.
 
Dag 6
Voor de ergste hitte van de dag trokken we met de benenwagen Damaraland in. Het veld was nog nat van het dauw en bezaaid met kleurige bloemen. Om de haverklap stonden we stil om sporen in het zand te bewonderen, van warthogs en zebras tot guinea fowls. We werden zelfs nagekeken door een witgrijze uil vanuit een boom. Luka bracht ons naar één van de rotsformaties waar we naarboven klommen. Daar op de rotswanden, verscholen van de bloedhete zon, waren neolitische tekeningen te zien van de oorspronkelijke San mensen. Luka vertelde enthousiast meer over de geschiedenis van het land, waar de eerste homosapiens ooit rondliepen. De pittige terugweg naar het kamp voltooiden we succesvol met veel water drinken en stilstaan in de schaduw. Bij aankomst werd er ijs over ieders drinken verdeeld. De rest van de dag vulden we met siesta's en koele buitendouches. Ook waren er kleine expedities naar meer muurschilderingen in de buurt en het uitzicht van boven de rotsen rond ons kamp. Terwijl we het vuur aanmaakten voor de barbeque bracht de avond eindelijk een heerlijk koele bries met zich mee.
 
Dag 7
Op deze dag zeiden we ons plekje tussen de rotsen vaarwel. Voor we het Erongo conversvaat uitreden liepen we nog naar een oude mineralen mijn, met groene, rode en witte quartz stenen die glinsterend rond het gat lagen. Wat we zelf niet konden vinden was te koop bij het kristallen marktje buiten het conservaat. Een monitor hagedis keek ons na langs de weg. Het uitgestrekte landschap op de route naar Swakopmund veranderde van groene bush steeds meer in dorre woestijn. Toen de kleurrijke huizen van de stad tevoorschijn kwamen was het opeens daar, sprankelend blauw en groot: de zee! In de koele zeewind smulden we van kalamari en friet. Na het inleveren van de kampeerauto's konden we uitrusten in een hotel, tot het tijd was om een drankje te doen bij een gezellige bar, waar we kennismaakten met een 'ranger' en oprichtster van EHRA (Eliphant Human Relation Aid), de olifanten beschermorganisatie waar we de komende dagen mee reizen. Voor ons avondeten gingen we naar een Duitsachtig tuin-restaurant genaamd Biergarten, met overvolle porties. Een groot vuur in de tuin warmde ons op voor het tijd was om terug naar het hotel te gaan voor de nacht.
 
Dag 8
Na het hotel ontbijt startten we onze dag oog in oog met giftige slangen in het slangemuseum: The Snakepark van Swakopmund. Daar leerden we over de verschillende slangen en de daarbij behorenden gifsoorten. Ook first-aid bij een beet kwam langs. Met zakken vol laatste boodschappen werden we opgehaald door twee EHRA medewerkers en hun jeeps. Langs de kust reden we naar boven vanaf Swakopmund en daarna rechtsaf, waar de woestijn onderbroken werd door rivieren en rieten nederzettingen van de Herero mensen. Aangekomen bij het basiskamp van EHRA kregen we in de brandende zon een rondleiding: van de keuken en het educatiecentrum tot het platform gebouwd op houten palen naast de rivier waar de olifanten graag komen. Helaas was het platform aangetast door de overstromingen van de afgelopen week. Hoger op de heuvel lagen onze slaapplekken met uitzicht op de valei, waarbij het mooiste uitzicht vanaf de wc te zien was. Na het bestuderen van een kaart met de emigratie patronen van de olifanten, werd het plan duidelijk: de komende dagen is onze missie om olifant Benny en zijn mogelijke kudde op te sporen om te kijken of ze nog goed en wel zijn. We aten spagetti uit een grote pot op het vuur en sliepen in onze meshtenten in de buitenlucht.
 
Dag 9
Het aangewezen corfee duo bracht iedereen koffie of thee op bed. Na het ontbijt van pap en vuur geroosterde toast was het tijd om de twee auto's, waar we de rest van deze reis uit leven, in te laden. Voor we het basiskamp verlieten kregen we eerst nog een lesje over olifanten en hoe we ze kunnen beschermen, in het informatie centrum van EHRA, met indrukwekkende platen en teksten. Toen we eenmaal met z'n alle wegreden in de open jeep, keken we onze ogen uit naar enig spoor van Benny de olifant, die ergens de weg overgestoken zou zijn. Onderweg stopten we om naar het verse spoor van een miereneter en een bijzondere rups genaamd 'mopane worm' te kijken (volgens Fred zijn er ook mopeen-vogels). Ook hielden we lunchpauze met een loom middagslaapje onder de tarp. Omdat er van Benny geen spoor te bekennen was, probeerden we hem te spotten vanaf een heuvel met verrekijkers. Nog steeds niks, maar een telemetrisch apparaat gaf ons een groffe richting aan. Met deze indicatie gingen we terug naar het pad, waar we eindelijk het eerste spoor van de olifant vonden. We volgden de voetstappen een stukje, voor we besloten morgen verder te zoeken. Tegen een rotsheuvel vonden we een veilige slaapplek. We aten stirfry groenten en zochten met volle buik naar lichtgevende schorpioenen onder de UV lamp. Nakletsend rond het vuur vlogen de vallende sterren voorbij.
 
Dag 10
We begonnen de dag eigenlijk weer terug bij af, bovenop de heuvel met de telemeter om een up to date signaal te krijgen van Bennie. Dat signaal volgden we zo goed als mogelijk, met de telemeter rijdend in de lucht gestoken. Af en toe klommen we zelfs op de auto voor een beter signaal. We reden langs gedoornde bomen en over opgedroogde rivierbedden. Ook vonden we gaten gemaakt door de miereneter (aardvark) waar we eerder de sporen van hadden gespot. Johannes, de ranger die onze bagage auto rijdt, werd ondersteboven giegelend het gat in getilt met een lamp. Helaas geen leven. Toen we rondjes leken te rijden zagen we het eindelijk tussen de bosjes: iets olifantigs! Een bruine vlek met lange witte slagtanden. Zigzaggend naderden we voorzichtig. Zijn oren flapten onrustig heen en weer: hij had dorst. We lieten hem z'n gang gaan en zochten zelf ook een lunchplek onder een boom. Na de pauze duurde het even voor we Bennie weer in zicht hadden. Ondanks dat hij groter was dan de bomen kon hij zich er makkelijk achter verstoppen. Hij was alleen zonder kudde, maar verder wel gezond. Met deze informatie zeiden we hem gedag, om naar dezelfde slaapplek als gister terug te keren. Voor aankomst kregen we nog een bonus lesje navigeren met de kaart van Namibie. Op het kamp leerden we vuur maken "the bushman way": met twee stokken in elkaar wrijven tot een vuurkooltje ontstaat. Gevouwen in een stukje vogelnest kwam de vonk tot leven. Na het eten, kauwend op smores gemaakt met tortilla's, vertelden we onze beste moppen tot we er geen meer wisten.
 
Dag 11
Vandaag reden we richting het oosten van het land om te kijken of we de kudde, die niet meer bij Bennie was, alsnog konden vinden. Op onze eindbestemming waren veel signalen van olifantenkuddes opgepikt. Onderweg stopten we om sporen van onder andere een struisvogel te bewonderen en deden we wat boodschapjes in een karig maar gezellig winkeltje in één van de kleine dorpjes. Daarna stopten we bij het huis van een lokale 'elephant guard' om met haar hulp ons water bij te vullen. Via een klein paadje kwamen we opeens in een oud bos met kronkelende bomen terecht, alsof het een andere wereld was. Met aan de oever van een enorme opgedroogde rivier hielden we pauze onder de schaduw van het bos. Aangekomen in het olifanten gebied verlieten we opnieuw de grote weg. Het duurde niet lang of we werden verrast: midden op het pad stond een olifant, alsof die op ons wachtte. Onze gids begon net wat te vertellen toen er nog iets in de struiken bewoog. Voor we het wisten kwam er een hele kudde olifanten récht op ons af. Zelfs een kleintje rende met flapperende oren mee. Ademloos lieten we ze passeren en legden we de staat en hoeveelheid van de bijna eindeloze kudde zo goed mogelijk vast. Een paar grote mannetjes liepen er nog achtereen. Zo was onze missie sneller voltooid dan verwacht. Het kamp werd verderop opgebouwd in een zee van wuivend savanne gras, naast een heuvel die we beklommen voor de 'sun downer'. Dat is een Namibisch begrip, om te genieten van de zonsondergang met een drankje. In dit geval was het ter ere van de hond van de Hoogerwerf familie, die op dat moment werd ingeslapen thuis. De Monotonous Lark, een klein vogeltje, luidde monotoon de nacht in.
 
Dag 12
Voor we de auto in sprongen, op zoek naar de olifanten van de dag, beklommen we eerst de heuvel bij ons kamp met de telemeter. Om het signaal van de olifanten te volgen moesten we van het pad af en door steeds dichter begroeide bush heen rijden, met knarsende takken aan weerszijden van de auto. Een koribastard, de zwaarste vogel die kan vliegen, zweefde voor ons weg. Aangekomen bij nog een heuvel, klommen we te voet naar boven. Het signaal gaf aan dat de kudde vlakbij was, maar ze bleven onzichtbaar. Toen we probeerden dichterbij te rijden bleek dat onmogelijk met de bomen en steile afdalingen. Op dat moment moesten we accepteren dat de dieren nog plekken hebben waar ze echt niet door mensen gestoord kunnen worden. Op veilige afstand hielden we lunchpauze onder een grote mopaneboom, waar we al snel kennis maakten met de mopanebijen. Zwermen van de miniscule bijen vlogen om ons hoofd. Sommigen zetten hun muskieten tent op om daarbinnen te kunnen eten en rusten. Omdat de olifanten buiten bereik waren besloten we om nog naar rotstekeningen te gaan. Op weg daarnaartoe vonden we een mini meertje water en na inspectie ook de waterbron in de rotsen. Een uil keek ons nog na. Bij de rotstekeningen bewonderden we de creaties van onze neolitische voorouders. Het kamp voor de nacht werd opgezet onder donkere regenwolken. Bij het opscheppen van het eten vielen de eerste druppels. Tegen de tijd dat iedereen hun tent in was gevlucht plensde het uit de lucht. Toen de regen even meeviel gingen we snel naar de wc en onder de kampeerdouche die aan een boom was gehangen. Het was al donker en het vuur smeulde na.
 
Dag 13
We pakten onze natte tenten in en ontbeten met twee geitenhoeders die gestopt waren voor een praatje. De reis ging helemaal terug naar het basiskamp, over een golvend landschap van platte en puntige bergen, rotsenstapels en hoge termietenheuvels. Het groene gras van het oosten veranderde geleidelijk weer in het rode zand van waar we ons olifantenavontuur waren begonnen. We stopten de auto alleen om in de bosjes te plassen en later om te kijken naar de marktjes van de kleurrijk geklede Herera vrouwen langs de weg. Op het basiskamp werd er gezwommen in de warme rivier en aten we voor het eerst weer lunch aan een tafel. Daarna doezelden we weg in de schaduw, in afwachting van de koelte van de namiddag. Toen die eenmaal kwam zetten we onze tenten in zware wind op. Een mooie aarden open hut en eetplaats gaf uitzicht op de rivier en de bliksem in de vallei. We zagen de regenwolken dichterbij komen tot het met geweld uit alle gaten van de hut begon te gieten. De kleine rivieren die rond de vuurplaats ontstonden konden ons niet van koken en gezelligheid weerhouden. We aten zelfgemaakte apple-crumble uit een grote pot als toetje en maakten mooie vonken op het vuur met groene fluoride kristal. Voor de laatste keer sliepen we in onze tent.
 
Dag 14
Deze ochtend zeiden we gedag tegen onze tenten en de open jeep waar we zoveel in hebben gereden met alle dozen vol kookspullen. Terwijl de zon opkwam pakten we twee autos in die ons terug naar Swakopmund gingen brengen. Eerst wipten we nog even langs het EHRA winkeltje voor een aandenken en daarna vertrokken we. We reden ruim vier uur door de woestijn en savanne met alleen hier en daar een Herero of Himba nederzetting, tot we bij de kust kwamen. In het gemoedelijke Swakopmund konden we eindelijk een echte douche nemen in het hotel. Er was vrije tijd om te slapen of door de stad te slenteren, tot het avondeten. Om 6 uur hadden we met het EHRA team afgesproken om te eten bij een rustiek restaurant genaamd Ankerplatz. We vertelden alles wat er gebeurd was en gierden van het lachen om de gekke dingen die we hadden meegemaakt. Door al die tijd samen was de Namibische gin niet nodig om de grapjes op gang te krijgen. Aan het eind van de avond was het echt tijd om afscheid te nemen van onze reismetgezellen van EHRA. Door de zeemist heen keerden we terug naar het hotel.